Interview met Anna Frens

door Marianne Witvliet

Restaureren, verbinden en genieten

Waar en wanneer is jullie interesse voor monumentale panden geboren?

Die begon met de liefde voor Nunspeet en de natuur eromheen. De Veluwe ligt aan de voeten van dit dorp. Het is een uitgestrekt en uniek natuurgebied met oude bomen, stuwwallen, stuifzandgebieden en heidevelden. Mijn man Hein heeft sinds zijn jeugd een enorme interesse voor de geschiedenis, voor de mensen en de verhalen van dit gebied. Hij is in Staverden geboren. Ik ben in Delft geboren en verhuisde op mijn vijftiende naar Hulshorst. Ik weet nog dat ik op enig moment in Nunspeet uit de trein stapte, de boslucht inademde en me thuis voelde.
Als stewardess heb ik de wereld over gereisd en onder andere in Engeland, Zwitserland en Nieuw-Zeeland gewoond. Hoe verder ik weg was, hoe meer mijn liefde voor Europa groeide en ik besefte hoeveel schoonheid wij bezitten.
Na ons huwelijk begonnen Hein en ik een bedrijf. Toen dat goed was opgestart, konden we het eerste monumentale pand kopen: ons huis. We hebben het gerenoveerd met behoud van Jugendstil plafonds en art deco glas-in-loodramen. Daar groeiden onze kinderen op en tegelijk was het ons kantoor.

Hoe hebben jullie die liefde vormgegeven in de loop der jaren? 

Het pand van Dutch Hair aan de Stationslaan kwam later op onze weg. Het stond er half overwoekerd en treurig bij. Buiten was al het fraaie houtsnijwerk in de loop van jaren verwijderd. De gemeente wilde ervan af en ik weet nog dat ik zei: degene die dit pand weet op te knappen, geef ik een omhelzing. Toen waren we het zelf, want we deden een bod en we kregen het.

De werkelijkheid was dat ik nog volop met de kinderen bezig was en Hein zijn bedrijf had, maar we zagen kans om het te restaureren zoals het ooit was.Ik ben nog steeds dankbaar dat we dit voor elkaar hebben gekregen.
Als ik er nu langsrijd, denk ik: Wauw.

Dorpsherberg De Roskam is jullie eerste pand met een horecabestemming. Hoe spannend was dat? 

Ineens kom je op het punt dat de kinderen uit huis zijn. Je hebt je bedrijf opgebouwd, en je staat min of meer voor een nieuwe keuze: wat je wilt gaan doen met de rest van je leven. Ik heb me altijd graag op het faciliterende en verzorgende gericht. Een nieuwe uitdaging was welkom.
Hein heeft een verzameling oude ansichtkaarten, waar de Roskam op staat in oude glorie. Het is zo’n pand waar we allebei voor vallen, net zoals voor De Villa aan de Stationslaan.

Op koningsdag 2017 zaten we in het net geopende restaurant Banka wat na te genieten. Het was al laat en op de valreep kwam Henk Barneveld, de kastelein van De Roskam, binnen wandelen. Dus we kletsten wat en hij vertelde dat het hotel te koop stond. We vroegen wat hij ervoor wilde hebben. Hij noemde een bedrag en ik schopte Hein onder de tafel tegen zijn schenen. Toen we die week gingen kijken, wisten we meteen dat het volledig gestript moest worden,  Maar degene die het voor ons doorrekende, dacht dat het haalbaar moest zijn om het te renoveren en er een gezond bedrijf van te maken.

Omdat we geen horecaondernemers zijn, vroegen we ons af wat we ermee zouden willen. Een bruin café? Een groepsaccommodatie? Uiteindelijk besloten we dat het idee van een authentieke dorpsherberg aansloot bij onze eigen dromen over een honk, waar je afspreekt met vrienden en onbekenden elkaar kunnen ontmoeten. Een plek waar je binnenloopt omdat je weet dat er iemand zit. Waar je een goede kop koffie drinkt of een speciaal biertje. Dan volgen vragen als hoeveel hotelkamers er komen, voor welk concept je kiest en door wie je het laat uitbaten.
Ik merkte dat de gedachte om het zelf te doen me uitdaagde en ik moest denken aan een uitspraak van Pippi Langkous: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.” Zo ben ik dit avontuur met een glimlach en vol vertrouwen begonnen.

Heeft dat bottlenecks opgeleverd die jullie moesten zien te overwinnen?

Je moet aan enorm veel voorschriften voldoen. Nederland kent een strenge regelgeving met betrekking tot vluchtwegen, brandgevaarlijkheid, keuringsdienst van waren, noem maar op.
Dan heb je momenteel te maken met een groot gebrek aan vaklieden als timmermannen, metselaars en schilders. De markt is verhit, de prijzen stijgen. We hebben geen strak uitgerold plan, we werken stap voor stap. We liepen vertraging op en er kwam een moment dat we serieus overwogen om ermee te stoppen. Maar ik bleef erin geloven en zo werd De Roskam mijn eigen prachtige uitdaging. Nu ben ik druk met afronden. Ik streef naar een sfeer waarin iedereen zich prettig voelt. Dat kan met kleuren, met de juiste mensen, de goede gerechten, de details. Ik hou van duurzaamheid en van goede kwaliteit, dat is wat ik wil bieden.

      
Jullie werken zij aan zij met vakmensen. Is het een bewuste keuze om er midden in te zitten?

 

Absoluut. Ik wil mensen verbinden. Dan maak je gebruik van elkaars energie en creativiteit. Dat geeft een toegevoegde waarde aan het restaureren. Ik hou ervan om na een dag werken samen de vloer aan te vegen en op te ruimen.
Ik stel me voor dat hier buitenlandse gasten komen die met de lokale mensen in gesprek gaan. Dan ontstaan nieuwe verhalen en worden oude verhalen tevoorschijn gehaald. Ik stel me mensen voor die komen, even met je meelopen en dan hun eigen weg weer gaan. Misschien ontstaan er onderlinge vriendschappen. We richten ons in grote lijnen op een publiek van natuurliefhebbers. In een straal van tien kilometer heb je een grote verscheidenheid aan landschappen en interessante stadjes. Dat willen we laten zien.   
Maar bovenal staat hier De Roskam in volle glorie. We hopen dat de Dorpsherberg de komende decennia bij iedereen die hier komt een glimlach ontlokt. Dat dorpsgenoten trots zijn op dit pand en het willen delen met anderen.
Het is voor ons de kroon op het werk.